Vergrijpboete voor vennootschap die onvoldoende heeft aangetoond dat goederen het Nederlands grondgebied hebben verlaten

Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd en gelijktijdig een vergrijpboete van € 1.207. Na bezwaar is de boete verminderd tot € 997.

Op verzoek van de Belgische autoriteiten is een boekenonderzoek ingesteld bij belanghebbende. Dit onderzoek is met betrekking tot de omzetbelasting beperkt tot de intracommunautaire leveringen.

Uit het onderzoek is gebleken dat belanghebbende in 2013 voor een bedrag ad € 23.000 gebruikte automaterialen, gereedschap en elektra materiaal heeft verkocht aan een afnemer in België. De onderdelen zijn door de afnemer afgehaald in IJmuiden. Belanghebbende heeft ter zake van deze transactie geen omzetbelasting opgegeven, en heeft de transactie evenmin aangegeven op de verplichte lijst van EU-leveringen.

De inspecteur concludeert dat belanghebbende op geen enkele wijze heeft aangetoond dat de goederen daadwerkelijk het Nederlands grondgebied hebben verlaten. Om die reden kan belanghebbende geen aanspraak maken op het nultarief en zal de levering worden belast naar het algemene tarief. Voorts wordt een vergrijpboete opgelegd van 25%.

Het Hof is van oordeel dat de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende, wier directeur een fiscaal deskundige is, zich ervan bewust was dan wel moet zijn geweest dat zij op de vervoersbeweging van de onderhavige goederen na de afgifte daarvan in IJmuiden aan de chauffeur – aan wie zij geen afhaalverklaring heeft gevraagd – in wezen geen enkel zicht of invloed had. Onder die omstandigheden had belanghebbende naar het oordeel van het Hof moeten uitgaan van een binnenlandse (belaste) levering. Door toch uit te gaan van een intracommunautaire levering waarop zij het nultarief heeft toegepast, kan haar naar het oordeel van het Hof grove schuld worden verweten. Dit rechtvaardigt volgens het Hof een vergrijpboete van 25 %.

Door belanghebbende zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven tot matiging van de boete. Het Hof acht de boete verder ook passend en geboden. Het Hof weegt in dit verband niet mee dat belanghebbende niet heeft voldaan aan de verplichting om de transactie aan te geven op de verplichte lijst van EU leveringen, nu dit een verzuim is waarvoor afzonderlijk een verzuimboete kan worden opgelegd.

Gerechtshof Amsterdam 21 maart 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1591

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2017:1591