Vergrijpboeten terecht opgelegd aan belanghebbende die zich niet meer aan afspraken uit vso hield

Aan belanghebbende zijn voor de jaren 2010 en 2011 navorderingsaanslagen inkomstenbelasting opgelegd, met vergrijpboeten van respectievelijk € 22.928 en € 205.251.

Belanghebbende is directeur en enig aandeelhouder van X B.V. (hierna: X). X had eind 2001 een vordering op belanghebbende ter hoogte van € 2.689.405. Belanghebbende heeft in dat verband in 2005 een vso gesloten met de inspecteur. De inspecteur heeft naar aanleiding van de controle van de aangifte vennootschapsbelasting 2008 van X geconstateerd dat belanghebbende zich niet aan de vso heeft gehouden en de eerder genoemde navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen opgelegd. In beroep zijn onder meer de opgelegde boeten in geschil.

Naar het oordeel van de Rechtbank is het aan opzet van belanghebbende te wijten dat op basis van de aangiften over 2010 en 2011 te weinig belasting is geheven. De Rechtbank heeft geoordeeld dat belanghebbende zich bewust was van het feit dat tenminste de toename van de schulden niet kan of zal worden afgelost. Door hiermee bij het doen van de aangiften geen rekening te houden, heeft belanghebbende bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de aanslagen tot te lage bedragen zouden worden vastgesteld. De Rechtbank rekent het belanghebbende in het bijzonder aan dat hij, hoewel hij hierover langdurig met de inspecteur in overleg was, geen open kaart heeft gespeeld door de inspecteur niet vooraf separaat en expliciet te informeren over de wijze waarop hij zijn aangiften op dit punt zou indienen.

Van een objectief pleitbaar standpunt, zoals belanghebbende ter zitting naar voren heeft gebracht, is naar het oordeel van de Rechtbank geen sprake. Belanghebbende kon in de gegeven omstandigheden niet menen dat partijen nog onverkort aan de vso gebonden waren met daarbij de gevolgen die belanghebbende daaraan verbindt. De inspecteur heeft de boeten daarom terecht opgelegd. De Rechtbank acht de boeten, na vermindering door de inspecteur met betrekking tot het jaar 2011, ook passend en geboden.

Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn met meer dan een jaar, vermindert de Rechtbank de boeten met 15%.

Rechtbank Gelderland 22 maart 2018 (ECLI:NL:RBGEL:2018:1304)

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:1304