Vergrijpboeten voor het lozen van digestaat op het openbare riool zonder dit op te geven in de aangiften zuiveringsheffing

Belanghebbende exploiteert een groothandel in zeevis. Belanghebbende verwerkt ook visafval en heeft een revisievergunning voor het in werking hebben van een vergistingsinstallatie. Op enig moment is er een grote discrepantie vastgesteld tussen het aantal vervuilingseenheden dat de rioolwaterzuiveringsinstallatie moest verwerken en het aantal vervuilingseenheden dat via de zuiveringsheffing werd aangegeven en geïnd.

Uit nader onderzoek en controle-acties zou gebleken zijn dat er duidelijke aanwijzingen naar voren zijn gekomen dat (onder andere) belanghebbende digestaat heeft geloosd op het openbare riool. Naar aanleiding daarvan zijn door de gemeentelijke heffingsambtenaar aan belanghebbende aanslagen zuiveringsheffing alsmede vergrijpboeten vanwege het niet doen van de vereiste aangifte opgelegd. Onder meer is in geschil of de vergrijpboeten terecht – en tot het juiste bedrag – zijn opgelegd.

Het Hof is van oordeel dat het aannemelijk is dat belanghebbende in de periode vanaf medio 2009 tot begin maart 2010 relatief en absoluut aanzienlijke hoeveelheden digestaat via het riool heeft afgevoerd. Naar het oordeel van het Hof kan het niet anders dan dat belanghebbende zich hiervan bewust is geweest. Door deze afvoer van vervuilingseenheden desondanks niet op te nemen in de aangiften zuiveringsheffing, heeft belanghebbende voor deze jaren opzettelijk niet de vereiste aangiften gedaan. De vergrijpboeten zijn daarom terecht opgelegd.

De vergrijpboeten zijn door de heffingsambtenaar extra gematigd tot 25% omdat belanghebbende bij de lozingen van digestaat waarschijnlijk de financiële gevolgen ervan niet heeft overzien.

Het Hof ziet aanleiding de boete voor 2009 verder te matigen tot 50%, omdat de grondslag van de vergrijpboete tot stand is gekomen met omkering en verzwaring van de bewijslast. De grondslag voor de boete voor 2010 acht het Hof ook zonder omkering en verzwaring van de bewijslast aannemelijk, zodat er geen reden is voor een verdere matiging van deze boete. Het Hof acht de boeten verder passend en geboden.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 december 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:10198

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2016:10198