Vergrijpboetes (50%) terecht; inspecteur slaagt in bewijslast

In 2013 is bij belanghebbend een XTC-laboratorium aangetroffen. Bij doorzoeking van zijn woning zijn verschillende financiële documenten gevonden met betrekking tot onder meer het jaar 2010. Tijdens politieverhoren heeft belanghebbende verklaringen afgelegd over zijn inkomsten in 2008 en 2009. De inspecteur heeft navorderingsaanslagen inkomstenbelasting opgelegd met vergrijpboetes.

In geschil is onder meer of de inspecteur terecht de boetes heeft opgelegd en of deze passend en geboden zijn.

De inspecteur stelt dat het aan de (voorwaardelijke) opzet van belanghebbende is te wijten dat de aanslag tot een te laag bedrag is opgelegd of anderszins te weinig belasting is geheven. De bewijslast van opzet of grove schuld rust op de inspecteur. De inspecteur heeft aangevoerd dat belanghebbende meer uitgaven heeft gedaan dan hij als inkomsten in de ingediende aangiften inkomstenbelasting heeft aangegeven, dat de uitgaven van belanghebbende dermate hoog zijn dat deze niet kunnen zijn gedaan van de in de aangiften inkomstenbelasting verantwoorde inkomensgegevens en dat belanghebbende, gelet op de niet aangegeven inkomsten belanghebbende, zich ervan bewust moet zijn geweest dat hij door deze inkomsten niet te vermelden in zijn aangiften inkomstenbelasting hij onjuiste dan wel onvolledige aangiften inkomstenbelasting heeft gedaan. Het Hof acht de inspecteur in zijn bewijslast geslaagd.

Naar het oordeel van het Hof heeft belanghebbende daarmee op zijn minst willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat de aanslag tot een te laag bedrag is opgelegd en heeft hij dit mogelijke gevolg bewust aanvaard. Een vergrijpboete van 50% is dan op zijn plaats.

Het Hof heeft vervolgens getoetst of de boetes gelet op alle overige omstandigheden passend en geboden zijn. Daarbij zal het Hof de financiële omstandigheden van belanghebbende op dit moment en ten tijde van het opleggen van de boetes in aanmerking nemen. Belanghebbende heeft daarover gesteld dat de boetes moeten worden vernietigd, omdat hij slechts over een uitkering beschikt en niet meer inkomsten heeft. Verder is hij onder doktersbehandeling. Naar het oordeel van het Hof zijn de opgelegde boeten van € 7.238 en € 7.828 echter passend en geboden en ziet geen aanleiding tot een vermindering van deze boetes.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2020:239