Vergrijpboetes aan BV aanleiding voor de Rechtbank om vergrijpboete aan feitelijk leidinggever te matigen

Belanghebbende was aandeelhouder en bestuurder van X BV. De activiteiten van X BV bestonden uit het verstrekken van juridisch en financieel advies, en het verzorgen van ondersteuning op administratief en bedrijfseconomisch gebied. De werkzaamheden betroffen met name het adviseren van ondernemingen in de zorgsector op het gebied van het declaratieproces. Belanghebbende verzorgde voor de BV de dagelijkse administratie en de aangiften omzetbelasting.

De inspecteur heeft een boekenonderzoek ingesteld en heeft naar aanleiding van zijn bevindingen aan belanghebbende als feitelijk leidinggever een vergrijpboete opgelegd. Belanghebbende zou niet uit eigener beweging, op het moment van constateren dat er nog suppletieaangiften ingediend moesten worden, zo spoedig mogelijk een aanvullende aangifte hebben ingediend of laten indienen. De inspecteur heeft daarom een boete van € 5.000 opgelegd, welke in geschil is.

De Rechtbank overweegt dat aan de BV ook (drie) boetes (over verschillende jaren) zijn opgelegd, vanwege het feit dat er niet tijdig suppletieaangiften zijn ingediend. Gezien de beperkte omvang van de BV en de verantwoordelijkheid van belanghebbende voor de voldoening van de schulden van de BV, komt de betaling van de boetes die zijn opgelegd aan de BV naar het oordeel van de Rechtbank materieel ten laste van belanghebbende. Verder heeft belanghebbende onweersproken verklaard dat zij een groot deel van de door de BV verschuldigde belasting inmiddels heeft betaald uit eigen middelen. Hiermee is naar het oordeel van de Rechtbank door de inspecteur onvoldoende rekening gehouden.

Anders dan belanghebbende stelt, is naar het oordeel van de Rechtbank geen sprake van het wegens dezelfde overtreding tweemaal opleggen van een boete aan belanghebbende. De drie eerdere boetes zijn opgelegd aan de BV, terwijl de onderhavige boete is opgelegd aan belanghebbende. Ook de overige argumenten van belanghebbende, waaronder dat de inspecteur in strijd zou hebben gehandeld met het zorgvuldigheidsbeginsel, treffen geen doel.

De Rechtbank acht een boete van € 1.000 gelet op de omstandigheden passend en geboden.

Rechtbank Den Haag 22 augustus 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:10715

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:10715