Vergrijpboetes terecht opgelegd omdat een belanghebbende moet weten dat spaarrekeningen dienen te worden opgegeven in box 3

Belanghebbende heeft in 2001 twee spaarrekeningen geopend bij een Franse bank. Op  deze spaarrekeningen heeft belanghebbende geld gestort afkomstig uit de verkoop van een Franse woning. Belanghebbende verzorgde zelf haar aangiftes inkomstenbelasting. Zij heeft hierbij geen melding gemaakt van de Franse spaartegoeden. Belanghebbende heeft op 10 juni 2016 een beroep gedaan op de inkeerregeling.

De inspecteur heeft voor de jaren 2006 tot en met 2015 navorderingsaanslagen inkomstenbelasting opgelegd alsmede vergrijpboetes van 30% voor het jaar 2006 en van 60% voor de jaren 2007, 2008, 2009, 2010, 2012 en 2013.

In geschil is of de navorderingsaanslagen en de vergrijpboetes terecht zijn opgelegd.

De Rechtbank oordeelt dat de navorderingsaanslagen terecht en naar de juiste bedragen zijn opgelegd, omdat spaarrekeningen belast zijn in box 3 en dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een individuele en buitensporige last.

Wat betreft de vergrijpboetes acht de Rechtbank de inspecteur, met hetgeen hij heeft aangevoerd, geslaagd in de bewijslast van opzet. Het is een feit van algemene bekendheid dat banktegoeden die de vrijgestelde bedragen te boven gaan, zijn onderworpen aan de heffing van inkomstenbelasting en daarom moeten worden aangegeven. Belanghebbende heeft dus moeten weten dat de spaarrekeningen onderworpen waren aan de heffing van inkomstenbelasting. Ondanks dat ze dit moet hebben geweten heeft zij de spaarrekeningen in zijn geheel niet in de aangiftes opgenomen. Belanghebbende heeft hierdoor de aanmerkelijke kans aanvaard dat te weinig belasting zou worden geheven. Belanghebbende had zich, zoals de inspecteur heeft aangevoerd, kunnen wenden tot een adviseur. De vergrijpboetes zijn terecht opgelegd.

Belanghebbende heeft verder aangevoerd dat gelet op het arrest van de Hoge Raad van 14 juni 2019 het opleggen van een vergrijpboete in ieder geval vanaf 2013 niet passend en geboden is, omdat de vermogensrendementsheffing in strijd is met art. 1 EP. Wat hier ook van zij, dit ontslaat belanghebbende niet van de plicht om spaartegoeden aan te geven in de aangiftes inkomstenbelasting, aldus de Rechtbank. Een vergrijpboete is volgens de Rechtbank dus  passend en geboden.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:2519