Vergrijpboetes vernietigd omdat inspecteur feiten en omstandigheden niet heeft onderbouwd

Aan belanghebbenden, een natuurlijk persoon en een rechtspersoon (een BV waarvan voornoemd natuurlijk persoon enig aandeelhouder is en waarin de eenmanszaak is ingebracht op enig moment), zijn aanslagen dividendbelasting, omzetbelasting en vennootschapsbelasting alsook vergrijpboetes opgelegd.

Belanghebbende heeft een tractor van het merk John Deere aangeschaft. Vanwege diefstal van de tractor is door de verzekeraar een bedrag uitgekeerd van € 42.018 welk bedrag tot het belastbaar resultaat van de eenmanszaak is gerekend. Vervolgens is de eenmanszaak in een BV ondergebracht. Belanghebbende is door het Hof in een civiele procedure veroordeeld tot terugbetaling van de verzekeringsuitkering. Het Hof acht niet aannemelijk dat de John Deere-tractor ooit tot het vermogen van de eenmanszaak heeft behoord. Ook is niet gebleken dat de John Deere-tractor in de BV is ingebracht. Dan moet er dus van uit worden gegaan dat de John Deere-tractor in privé werd gehouden. Naar het oordeel van de rechtbank zal met het oog op zijn ondernemingsbelangen geen weldenkend ondernemer een dergelijke privéverplichting op zich nemen. Dat betekent dat de terugbetalingsverplichting geen zakelijke last vormt en dus niet ten laste van het resultaat van de BV kan worden gebracht. De inspecteur had om die reden een correctie opgelegd alsmede een vergrijpboete.

De BV heeft verder een tweedehands tractor aangeschaft van € 138.600. De inspecteur heeft dit bedrag gecorrigeerd omdat geen sprake zou zijn van een zakelijke prijs en de aanschaf van de tractor op basis van een valse factuur zou zijn geschied. De inspecteur heeft om die reden een correctie toegepast en een vergrijpboete opgelegd.

Het is naar het oordeel van de Rechtbank aan de inspecteur om aannemelijk te maken dat de vergrijpboetes terecht en naar de juiste bedragen zijn opgelegd. Hierin is hij naar het oordeel van de Rechtbank niet geslaagd. Weliswaar zijn de boetes aangekondigd bij brief, maar de motivering van de boetes is ontoereikend. Voor het opleggen van de boetes wordt belanghebbende kennelijk verweten dat de betalingsverplichting ter zake van de John Deere-tractor ten onrechte als last in het resultaat van de BV is verwerkt en het boeken van een te hoog inkoopbedrag voor de aanschaf van de New Holland-tractor op basis van een valse factuur is geschied. Dergelijke gedragingen zijn op zichzelf fiscaal niet beboetbaar gesteld, zodat de omschreven feitelijke gedragingen niet de grond kunnen vormen voor de opgelegde boetes. Voorts wordt opzet en grove schuld enkel gesteld, maar is dit naar het oordeel van de Rechtbank niet met feiten en omstandigheden onderbouwd. Daar komt tot slot nog bij dat de gestelde beboetbare gedragingen die zich in 2010 en 2012 voordeden niet ten grondslag kunnen worden gelegd aan een boete voor een ander jaar.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2018:4947