Vergrijpboetes voor café-eigenaar die contante inkomsten buiten de administratie heeft gehouden

Aan belanghebbende, die een café exploiteert in de vorm van een commanditaire vennootschap, zijn over de jaren 2006 tot en met 2009 navorderingsaanslagen IB/PVV opgelegd. Eveneens zijn over elk van de jaren vergrijpboeten opgelegd van 50% van respectievelijk € 27.193, € 24.503, € 37.469 en € 41.288. Belanghebbende zou alleen contante inkomsten hebben en een deel van deze inkomsten opzettelijk buiten de administratie hebben gehouden via een softwarematige aanpassing op het kassasysteem.

In geschil is onder meer of de vergrijpboetes terecht en tot het juiste bedrag zijn opgelegd.

Ten aanzien van de vergrijpboetes overweegt de Rechtbank dat door de inspecteur genoegzaam is aangetoond dat over de in geding zijnde belastingjaren te weinig IB/PVV geheven is en dat zulks te wijten is aan opzet van belanghebbende. De administratie van de onderneming bevat vanaf 2006 naar het oordeel van de Rechtbank dusdanig veel gebreken dat belanghebbende bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat daardoor te weinig inkomstenbelasting zou worden geheven.

Gelet op de verklaring van een medewerker van de afrekensystemen, acht de Rechtbank voor de jaren 2007 tot en met 2009 aannemelijk dat de software van de kassa bewust is aangepast met het doel om omzet buiten de administratie te houden. Er is immers verklaard dat alle kassa’s die van X afkomstig zijn, afgeleverd worden met basisinstellingen. De zogenoemde z-afslagnummer notering (die de totale omzet weergeeft die is behaald vanaf de vorige z-afslag) is daarbij ingeschakeld en is alleen uit te schakelen door een softwarematige aanpassing. De handleiding van de kassa vermeldt niets over het uitschakelen van de z-afslagnummer notering. Bij belanghebbende ontbreken deze z-afslagen evenwel (gedeeltelijk).

De Rechtbank overweegt voorts dat de inspecteur de aanslagen heeft vastgesteld met toepassing van de omkering van de bewijslast. Deze aanslagen zijn gebaseerd op schattingen. Nu de schatting enige mate van grofheid bezit, ziet de Rechtbank aanleiding om de boetes te verminderen tot 30%. Eveneens is door de Rechtbank geconstateerd dat de inspecteur de boetes niet alleen heeft berekend over de bedragen van de navorderingsaanslagen, maar mede over de bedragen van de primitieve aanslagen. De Rechtbank acht dat onjuist en corrigeert de bedragen ook in dat verband.

Rechtbank Noord-Holland 4 september 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:7834

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2013:7834