Vergrijpboetes wegens gebruikte afroommodule op kassasysteem

Belanghebbende exploiteert – indirect – een wokrestaurant volgens het all-you-can-eatconcept, waarbij gebruik wordt gemaakt van een kassasysteem met een afroommodule. Het afroomprogramma biedt de mogelijkheid om bonnen te verwijderen uit de in het kassasysteem geregistreerde omzet. Eenmaal verwijderde omzetgegevens kunnen niet meer worden achterhaald. Wel laat het gebruik van deze module sporen na in het kassasysteem.

De Belastingdienst heeft het kassasysteem van belanghebbende onderzocht. Uit het onderzoek is gebleken dat de afroommodule in de periode van september 2011 tot mei 2012 meermaals is gebruikt. De Belastingdienst is vervolgens overgegaan tot zichtwaarnemingen, waarbij is geteld hoeveel personen het restaurant hebben bezocht. Deze aantallen wijken af van de aantallen die zijn aangeslagen in het kassasysteem. Vervolgens heeft de Belastingdienst een boekenonderzoek ingesteld en nader onderzoek verricht. Naar aanleiding daarvan heeft de inspecteur theoretische omzetberekeningen gemaakt en vergrijpboetes opgelegd. Onder meer is in geschil of de vergrijpboetes terecht zijn opgelegd.

De inspecteur stelt dat belanghebbende door gebruikmaking van een geavanceerde afroommodule bewust en willens en wetens omzet heeft verzwegen voor de aangiften vennootschapsbelasting. Dit heeft belanghebbende volgens de inspecteur op zeer listige wijze gedaan met het doel de omzet buiten het zicht van de Belastingdienst te houden.

Naar het oordeel van de Rechtbank heeft de inspecteur met hetgeen hij heeft gesteld aannemelijk gemaakt dat belanghebbende opzettelijk omzet buiten de boeken heeft gehouden. De Rechtbank overweegt ook dat sprake is van listigheid, doordat er omzet is verzwegen door gebruik te maken van een speciale afroommodule op een usb-stick. Dit rechtvaardigt in beginsel een vergrijpboete van 100%. De inspecteur heeft de boeten echter gematigd met de boeten die in de omzetbelastingzaken zijn opgelegd. Mede om die reden ziet de Rechtbank geen reden om de boeten (verder) te matigen, ook niet in het feit dat de boetegrondslag met omkering en verzwaring van de bewijslast is vastgesteld.

De Rechtbank ziet wel aanleiding om de boeten met 10% te matigen wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 7 juni 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:3446

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2017:3446