Vernietiging verzuimboete omdat de inspecteur de ‘wijziging uitsteltermijn-brief’ niet heeft opgenomen bij de gedingstukken

Belanghebbende is enig aandeelhouder van een holding. Hij heeft daaraan aan lening verstrekt waarop de verschuldigde rente is bijgeschreven. Daarnaast heeft hij een schuld in rekening-courant aan de holding. De holding is in 2013 failliet verklaard. Belanghebbende heeft de rentevordering van ruim € 190.000 in 2013 wegens oninbaarheid afgewaardeerd ten laste van het resultaat uit overige werkzaamheden. De inspecteur heeft belanghebbende ambtshalve een aanslag inkomstenbelasting opgelegd en gelijktijdig een verzuimboete opgelegd van € 984 wegens het niet tijdig doen van aangifte.

Zowel de rechtbank als het Hof zijn van oordeel dat een afwaardering van de rentevordering erop afstuit dat belanghebbende in faillissement zijn vordering had kunnen verrekenen met zijn schuld aan de holding. Het is niet aannemelijk dat de rekening-courantschuld lager is dan de rentevordering, zodat niet aannemelijk is geworden dat de waarde in het economische verkeer van de rentevordering lager is dan de nominale waarde.

Wat betreft de verzuimboete is in hoger beroep gesteld dat deze ten onrechte is opgelegd, omdat ten tijde van het opleggen van de aanslag nog uitstel voor het indienen van de aangifte was verleend. Vaststaat dat de inspecteur belanghebbende heeft uitgenodigd tot het doen van aangifte en dat de inspecteur belanghebbende daartoe heeft herinnerd en aangemaand. De inspecteur heeft ter zitting bij het Hof verklaard dat de uitsteltermijn is ingekort omdat belanghebbende niet aan zijn fiscale verplichtingen voldeed.

Belanghebbende betwist echter dat hij per brief op de hoogte is gesteld van een afwijzing van de uitstelaanvraag of een inkorting van de uitsteltermijn. De inspecteur heeft ter zitting verklaard dat belastingplichtigen normaliter per brief op de hoogte worden gesteld van een wijziging van de uitsteltermijn, maar een dergelijke brief behoort niet tot de gedingstukken.  De inspecteur heeft daarom onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het verleende uitstel op een voor belanghebbende duidelijk kenbare en ondubbelzinnige wijze was ingetrokken of verkort ten tijde van het opleggen van de aanslag. Het Hof vernietigt daarom de verzuimboete.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2020:1320