Veroordeling en taakstraf wegens het doen van 24 onjuiste aangiften omzetbelasting om gok- en alcoholverslaving te bekostigen

Verdachte wordt ervan verdacht dat hij als leidinggevende van zijn onderneming opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting heeft gedaan.

De Rechtbank is van oordeel dat verdachte gedurende een periode van twee jaar in totaal 24 keer een onjuiste aangifte heeft gedaan voor zijn onderneming. De verdachte zou de aangiften uit zijn hoofd hebben gedaan, wetende dat de aangiften onjuist waren en dat hierdoor te weinig belasting zou worden geheven. Verdachte heeft hiermee volgens de Rechtbank onder meer zijn gok- en alcoholverslaving bekostigd. Verdachte heeft bijna een half miljoen euro aan omzet niet opgegeven bij de Belastingdienst. Door deze onjuiste aangiften is aanvankelijk een te laag bedrag aan belasting geheven en heeft de Belastingdienst, na een uitvoerige controle, een naheffing aan verdachte opgelegd van bijna twee ton. Verdachte heeft ruim drie jaar later nog steeds niets terugbetaald en gelet op de hoogte van alle schulden is het maar de vraag of er iets terugbetaald zal gaan worden. De Rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

De Rechtbank houdt er in het voordeel van verdachte rekening mee dat verdachte ten tijde van het ten laste gelegde te kampen had met een gok- en alcoholverslaving. Deze verslavingen hebben eraan bijgedragen dat het strafbare handelen lange tijd heeft voortgeduurd. Verdachte heeft zich op eigen initiatief en eigen kracht gericht op het aanpakken van die problemen, in de hoop dat hij daarna opnieuw zijn leven kan opbouwen. Op de zitting is gebleken dat verdachte zijn verslavingen inmiddels heeft aangepakt en dat hij, als hij met deze zaak heeft afgerekend, van plan is op het goede pad te blijven. Deze ontwikkeling zal doorkruist worden als verdachte voor langere tijd wordt vastgezet. In deze omstandigheden ziet de Rechtbank dan ook aanleiding om een deel van de straf als een werkstraf op te leggen.

Eveneens is de redelijke termijn met ruim een jaar overschreden waarmee de Rechtbank rekening zal houden. Het feit is echter zodanig ernstig dat een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf onvermijdelijk is en blijft. De Rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 maanden en tot 240 uur taakstraf.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:8685