Verzuimboete terecht nu belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat telefonisch uitstel was verleend

De Inspecteur heeft met dagtekening 28 februari 2018 aan belanghebbende een uitnodiging tot het doen van de aangifte inkomstenbelasting uitgereikt. In de periode 3 april 2018 tot en met 31 juli 2018 heeft belanghebbende meermaals met de Belastingtelefoon gebeld. Met dagtekening 5 juli 2018 heeft de Inspecteur een brief verzonden waarin belanghebbende wordt aangemaand uiterlijk 19 juli 2018 aangifte inkomstenbelasting te doen. Op 20 juli 2018 heeft belanghebbende haar aangifte ingediend. De Inspecteur legt vervolgens een aanslag inkomstenbelasting conform de ingediende aangifte op met een verzuimboete van € 369.

In geschil is onder meer of de Inspecteur terecht een verzuimboete heeft opgelegd.

Belanghebbende heeft aangevoerd dat zij telefonisch contact heeft gehad met de Belastingtelefoon en dat een medewerker van de Belastingtelefoon heeft aangegeven dat belanghebbende tijdig uitstel heeft aangevraagd.

De Inspecteur heeft aangegeven dat uitstel voor het indien van de aangifte inkomstenbelasting alleen schriftelijk mogelijk is. Hij betwist dan ook dat belanghebbende telefonisch uitstel heeft verzocht en verkregen. De Inspecteur heeft ter zitting erkend dat door een storing bij de Belastingdienst in een aantal gevallen geen bevestiging van het gevraagde uitstel is verzonden, maar dit betrof enkel uitstelverzoeken die schriftelijk waren ingediend. Dit is later alsnog hersteld en er zijn volgens de Inspecteur bevestigingen verzonden. Volgens de Inspecteur is van belanghebbende nooit een uitstelverzoek ontvangen.

Naar het oordeel van de Rechtbank is belanghebbende in verzuim. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij telefonisch uitstel heeft verzocht en verkregen, al acht de Rechtbank het niet uitgesloten dat belanghebbende dit mogelijk wel zo heeft begrepen. Belanghebbende heeft via de website van de Belastingdienst het formulier ingebrekestelling gedownload en verzonden. Dit gaat op dezelfde manier als het vragen om uitstel. Belanghebbende was dus bekend met de manier waarop via de website van de Belastingdienst formulieren kunnen worden gedownload. Bovendien heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat zij door de DDos aanvallen het uitstelformulier niet kon downloaden. Omdat de aangifte niet uiterlijk 19 juli 2018 is ontvangen, is sprake van een verzuim en kan in beginsel een verzuimboete worden opgelegd. Dat belanghebbende slechts één dag te laat haar aangifte heeft ingediend, is volgens de Rechtbank niet relevant.

De Rechtbank acht de verzuimboete passend en geboden.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:3700