Verzuimboete vernietigd omdat papieren aangiftebiljet vermoedelijk een tijd ‘zoek’ is geweest

Door de inspecteur is een aanslag inkomstenbelasting en een verzuimboete opgelegd aan belanghebbende.

Belanghebbende heeft diverse malen verzocht om uitstel ter zake van de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2009. Uiteindelijk is uitstel verleend tot 1 november 2010. Op 26 november 2010 heeft de inspecteur belanghebbende een herinnering verstuurd. Bij brief van 3 januari 2011 heeft de inspecteur belanghebbende aangemaand tot het doen van aangifte inkomstenbelasting.

Omdat de aangifte uitbleef, heeft de inspecteur ambtshalve de aanslag inkomstenbelasting vastgesteld. Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt en gesteld dat er nog zorgkosten, scholingsuitgaven en giften in aftrek dienen te worden gebracht. De inspecteur heeft na bezwaar nog enige aftrekposten in aanmerking genomen. In geschil is onder meer de verzuimboete.

Het Hof overweegt dat niet in geschil is dat de aangifte op papier is gedaan. Tot de gedingstukken behoort een ingevuld papieren aangiftebiljet, met daarop handgeschreven de datum 8 december 2010. De echtgenoot van belanghebbende heeft verklaard dat hij tijdig aangifte heeft gedaan en dat hij later, op verzoek van de inspecteur, voor de tweede keer aangifte heeft gedaan.

Op het aangiftebiljet is geen datumstempel van ontvangst aangebracht. Het Hof is van oordeel dat uit de door de inspecteur ingebrachte stukken derhalve niet kan worden afgeleid dat belanghebbende pas na ontvangst van de aanmaning aangifte heeft gedaan. Het is mogelijk dat belanghebbende de aangifte eerder heeft ingediend en dat deze (bij de Belastingdienst) tijdelijk kwijt is geraakt. Het Hof overweegt dat, hoewel de verklaring van de echtgenoot van belanghebbende op dit punt niet geheel kan kloppen, niet is uitgesloten dat tijdig aangifte is gedaan en dat het aangiftebiljet een tijd zoek is geweest. Om die reden vernietigt het Hof de verzuimboete.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 april 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:3436

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:3436