Verzuimboete voor ondernemer die bestelauto heeft omgebouwd tot personenauto

De inspecteur heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd van € 2.598 alsmede een verzuimboete van € 2.598.

Belanghebbende is een ondernemer in de zin van de Wet op de motorrijtuigenbelasting en was volgens de kentekenregistratie van 4 augustus 2015 tot in elk geval 18 april 2017 houder van een auto. Belanghebbende heeft voor het onderhavige tijdvak voor de auto motorrijtuigenbelasting voldaan naar het tarief voor bestelauto’s, dat geldt voor ondernemers.

Tijdens een controle op 17 mei 2016 is door een controlemedewerker geconstateerd dat zich een L-vormige bank in de laadruimte van de auto bevond, waarvan foto’s zijn gemaakt. De inspecteur heeft de naheffingsaanslag opgelegd, omdat de auto volgens de constatering van de controlemedewerker was voorzien van zitplaatsen in de laadruimte.

Het Hof is van oordeel dat de inspecteur de auto van belanghebbende terecht heeft aangemerkt als een personenauto. Op de foto’s is duidelijk te zien dat zich in de laadruimte van de auto een L-vormige bank bevindt en dat deze bank passend is gemaakt voor de auto waardoor er zitplaatsen zijn gecreëerd die de auto geschikt maken voor personenvervoer.

De stelling van belanghebbende dat hij slechts een tuinbank vervoerde naar de tuin van zijn vader, acht het Hof niet geloofwaardig. Belanghebbende heeft dit niet onderbouwd en evenmin heeft belanghebbende, hoewel er wordt aangegeven dat deze er wel is, een factuur overgelegd waaruit blijkt dat hij de bank bij een tuincentrum in Enschede heeft gekocht. Belanghebbende heeft bovendien wisselende verklaringen afgelegd.

Nu belanghebbende als houder verantwoordelijk is voor het voldoen aan de voorwaarden van het bestelautotarief, en daar niet aan heeft voldaan omdat niet is voldaan aan de inrichtingseisen die gelden voor een bestelauto, is belanghebbende in verzuim. Van een geval waarin belanghebbende geen enkel verwijt kan worden gemaakt (afwezigheid van alle schuld) is hier geen sprake.

Naar het oordeel van het Hof is geen sprake van bijzondere omstandigheden die aanleiding zouden kunnen geven tot matiging of het doen vervallen van de boete. Het Hof laat de verzuimboete in stand.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2018:7885