Verzuimboete voor te lage aangiften omzetbelasting

Belanghebbende verkoopt magneetsieraden en staat aan het hoofd van een netwerk van distributeurs in Nederland. De inspecteur heeft – naar aanleiding van een ingesteld boekenonderzoek – voor het tijdvak van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd.

De inspecteur heeft onder meer geconstateerd dat niet alle inkomsten in de aangiften waren opgenomen, dat er geen correctie heeft plaatsgevonden voor het privégebruik auto (er was immers geen rittenadministratie aangetroffen) en dat er facturen niet aanwezig waren.

Vanwege de aansluitverschillen, niet-aangegeven omzet, privégebruik auto en de facturen die niet aanwezig waren waardoor ten onrechte voorbelasting is geclaimd, is de inspecteur overgegaan tot het opleggen van een naheffingsaanslag. Daarbij is een verzuimboete opgelegd van € 998, welke onder meer in geschil is.

De Rechtbank is van oordeel dat de naheffingsaanslag weliswaar te hoog, maar terecht is opgelegd. De aangiften omzetbelasting zijn door belanghebbende tot een te laag bedrag ingediend, waardoor er verschuldigde omzetbelasting gedeeltelijk niet is betaald. In een dergelijk geval kan de inspecteur daarvoor een verzuimboete opleggen.

Alleen bij een pleitbaar standpunt of bij afwezigheid van alle schuld (avas) dient oplegging van een boete achterwege te blijven. Hiervan is in dit geval naar het oordeel van de Rechtbank geen sprake.

Omdat de Rechtbank de grondslag van de naheffingsaanslag verminderd, zal ook de verzuimboete dienovereenkomstig worden verminderd.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:6721