Verzuimboeten voor structureel niet (tijdig) indienen aangiften Vpb

Aan belanghebbende zijn voor de jaren 2002 en 2004 tot en met 2011 aanslagen vennootschapsbelasting opgelegd. Over al deze jaren zijn verzuimboeten opgelegd wegens het niet (tijdig)indienen van de aangiften. In geschil is onder meer of de verzuimboeten terecht en tot het juiste bedrag zijn opgelegd.

Belanghebbende stelt zich primair op het standpunt dat hij op basis van correspondentie met de inspecteur ervan uit mocht gaan dat uitstel voor het indienen van de aangiften was verleend. Subsidiair heeft belanghebbende het standpunt ingenomen dat de verzuimboeten dienen te worden gematigd omdat zij in een vroegtijdig stadium contact heeft opgenomen met de inspecteur om de situatie uit te leggen (inbeslagname administratie door de FIOD) en omdat de hoogte van alle verzuimboeten bij elkaar opgeteld buitenproportioneel is.

Het Hof overweegt dat de inspecteur heeft geschreven dat belanghebbende heeft verzocht om uitstel van motivering van de bezwaarschriften tegen de aanslagen vennootschapsbelasting over het jaar 2005. Een bevestiging van een gemaakte afspraak, inhoudende het verlenen van uitstel voor het indienen van de aangiften vennootschapsbelasting, kan hierin naar het oordeel van het Hof redelijkerwijs niet worden gelezen. Ook in samenhang beschouwd met de overige correspondentie kan een dergelijke afspraak uit deze brief niet worden afgeleid. Naar het oordeel van het Hof is evenmin sprake van afwezigheid van alle schuld, waardoor het de inspecteur vrij stond verzuimboeten op te leggen.

Het Hof is voorts van oordeel dat het enkele feit dat belanghebbende contact heeft opgenomen met de inspecteur over haar situatie, belanghebbende niet ontslaat van haar aangifteverplichting. Ook is niet gebleken dat belanghebbende er alles aan heeft gedaan om over de noodzakelijke administratie te beschikken. Gelet op de frequentie van de verzuimen en de omstandigheid dat belanghebbende voor al deze jaren uiteindelijk ook geen aangifte heeft gedaan, ziet het Hof geen aanleiding om de verzuimboeten te matigen. Evenmin acht het Hof alle verzuimboeten bij elkaar opgeteld buitenproportioneel.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14 november 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:9871

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:9871