Verzuimboetes staan gedeeltelijk aan strafvervolging in de weg

Aan verdachte wordt tenlastegelegd dat hij (als feitelijk leidinggever) opzettelijk geen aangiften omzetbelasting heeft gedaan en opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting heeft gedaan.

De raadsman heeft betoogd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat niet tot strafvervolging over had mogen worden gegaan. Aan verdachte (’s vennootschap) zijn immers voor het niet doen van de aangifte omzetbelasting over het 1e kwartaal van 2015 verzuimboetes opgelegd. Door desondanks verdachte voor datzelfde feit nadien strafrechtelijk te vervolgen is het Openbaar Ministerie in zoverre niet-ontvankelijk, aldus de verdediging.

Het Hof is van oordeel dat het niet voldoen van de (materieel wel verschuldigde) omzetbelasting en het niet indienen van de aangifte omzetbelasting zodanig met elkaar in verband staan dat met betrekking tot de gelijktijdigheid van de gedragingen van verdachte en met betrekking tot de wezenlijke samenhang in handelen en schuld, er sprake is van hetzelfde feit. Ten aanzien van het opzettelijk geen aangifte doen van omzetbelasting, zal het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk worden verklaard.

Het Hof acht ten laste van verdachte bewezen dat hij zich gedurende ruim 3 jaar en 9 maanden schuldig heeft gemaakt aan het opdracht geven tot, dan wel feitelijke leidinggeven aan het indienen van in totaliteit acht onjuiste aangiften omzetbelasting. Hoewel verdachte de omzetbelasting op facturen van door X BV verrichte diensten in rekening heeft gebracht, heeft hij verzuimd de omzetbelasting aan te (laten) geven en te voldoen. Het belastingnadeel bedraagt € 57.510,67.

Blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is verdachte nog steeds niet doordrongen van het kwalijke van zijn gedrag, hetgeen hem door het Hof wordt aangerekend. Het Hof heeft verder acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaruit blijkt dat verdachte als dagbesteding allerhande werkzaamheden verricht voor een tennisvereniging met bijbehorende horeca-inrichting die door zijn vrouw wordt geëxploiteerd, dat hij twee thuiswonende kinderen heeft, dat zijn voormalige onderneming X BV gefailleerd is en dat er geen schulden zijn.

Niettemin ziet het Hof, in de ernst van de bewezenverklaarde feiten, reden een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Het Hof veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 maanden.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2019:2120