Verzuimboetes voor het ten onrechte in aftrek brengen van advies- en advocaatkosten

Aan belanghebbende zijn naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd alsmede verzuimboetes van € 197 en € 609.

Belanghebbende had een groothandel in technische apparaten en toebehoren. De heer X is DGA van belanghebbende. Belanghebbende heeft in (onder meer) de jaren 2010-2014 aangiften omzetbelasting ingediend waarbij zij verzoekt om teruggave van voorbelasting en waarop zij geen verschuldigde omzetbelasting heeft aangegeven. Deze aangiften hebben geresulteerd in teruggaven. De inspecteur heeft een boekenonderzoek ingesteld, welke zich onder meer heeft gericht op de aftrek van voorbelasting op advies- en advocaatkosten.

Uit het boekenonderzoek is gebleken dat belanghebbende 45% van de advies- en advocaatkosten niet in aftrek had mogen brengen omdat deze geen betrekking hadden op belanghebbende. In dit verband zijn naheffingsaanslagen en verzuimboetes opgelegd.

Het Hof is – evenals de Rechtbank – van oordeel dat er geen omstandigheden zijn gesteld of gebleken waaruit volgt dat sprake is van afwezigheid van alle schuld (avas). Evenmin is naar het oordeel van het Hof sprake van een pleitbaar standpunt. Belanghebbende had ten minste voor een bepaald deel van de advocaatkosten moeten inzien dat deze toerekenbaar zijn aan de IB-procedures. Door daarmee in het geheel geen rekening te houden heeft belanghebbende naar het oordeel van het Hof geen pleitbaar standpunt ingenomen.

Het Hof acht de – na bezwaar – gematigde verzuimboetes van € 131 en € 406 passend en geboden.

Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 30 maart 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:1397

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2018:1397