Vrijspraak voor verdachten die gebruik maakten van kassasysteem met ‘afroommodule’

Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij onjuiste aangiften voor de vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting heeft gedaan. Verdachte zou daarbij gebruik hebben gemaakt van een kassasysteem met een verborgen afroommodule.

In het dossier wordt door verschillende betrokkenen op verschillende manieren gesproken over de functionaliteit in de kassasystemen waarmee met behulp van niet in de handleiding vermelde handelingen retourboekingen kunnen worden voorzien van een specifieke typeaanduiding. Benamingen die door de verschillende betrokkenen voor deze functie onder meer worden gebruikt zijn: demofunctie, trainingsfunctie, afroommodule of zwartboekmodule. Vast staat dat met al deze aanduidingen wordt gedoeld op de mogelijkheid om retourboekingen in het systeem te verbergen. Het effect daarvan is dat de daarin ondergebrachte kassa-aanslagen niet zichtbaar worden op de dag-, week of maandstaten, die de basis vormen voor de administratieve en fiscale verwerking van het kassaverkeer. Daardoor ontstaat de mogelijkheid om omzet aan het oog van de fiscus te onttrekken.

De verdediging heeft erop gewezen dat de functionaliteit aanvankelijk is ontworpen om medewerkers in staat te stellen de apparatuur bij installatie- en onderhoudswerkzaamheden te testen, zonder dat de resultaten van de test de gebruiker administratief in de weg zouden zitten.

Het Hof overweegt dat de module aanwezig was om de apparatuur te testen maar dat er ook signalen waren dat de functie door klanten werd gebruikt om omzet buiten de boeken te houden. Het Hof komt tot die overweging omdat het immers wonderlijk en onpraktisch is dat deze ten behoeve van de klant ingebouwde functionaliteit niet is opgenomen in de uitgebreide handleiding van het systeem. Daar komt bij dat het erg onpraktisch en inefficiënt is om een dergelijke toepassing in te bouwen en dat voor iedere trainingshandeling telkens een groot aantal niet voor de hand liggende handelingen moet worden verricht.

Op grond van het dossier en het verhandelde ter zitting kan naar het oordeel van het Hof niet worden vastgesteld wanneer het systeem is aangeschaft. Evenmin blijkt uit het dossier welke medewerkers bij die koop zijn betrokken. Ten slotte kan niet worden vastgesteld welke informatie over de werking van het systeem bij gelegenheid van de koop is verstrekt. Het dossier biedt derhalve onvoldoende aanknopingspunten om verdachte te veroordelen voor belastingfraude.

De verdachte (en medeverdachten) worden om die reden door het Hof vrijgesproken.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2018:8160
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2018:8161
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2018:8163