Accountant die zich onder andere onttrekt aan hertoetsing krijgt de maatregel van doorhaling van één jaar

Een AA-accountant (betrokkene) zou herhaaldelijk hebben geweigerd om mee te werken aan een hertoetsing van zijn praktijk, alsmede aan het invullen en retourneren van de oriënterende vragenlijst en monitoringvragenlijst. Volgens de NBA (klaagster) heeft betrokkene hierdoor in strijd gehandeld met de voor hem geldende gedrags- en beroepsregels.

Volgens de Accountantskamer blijkt uit de feiten dat betrokkene meermalen in de gelegenheid is gesteld te voldoen aan zijn verplichtingen tot het indienen van de vragenlijsten, maar heeft hij dit – zonder opgave van reden – achterwege gelaten. Voorts is gebleken dat betrokkene zich ook heeft onttrokken aan zijn verplichting mee te werken aan de hertoetsing van zijn praktijk, door tot drie maal toe kort voor het met hem afgesproken tijdstip voor een hertoetsing af te zeggen. De door betrokkene als verhindering voor de hertoetsing van zijn praktijk aangevoerde omstandigheid van ernstige ziekte van zijn echtgenote, kan volgens de Accountantskamer niet als zodanig gelden, omdat betrokkene zich bij de hertoetsing zo nodig had kunnen laten vervangen. Bovendien blijkt uit een eerdere tuchtprocedure dat ook vóór 2013 bij betrokkene sprake was van een patroon van onttrekking aan de verplichting tot medewerking aan toetsing en hertoetsing van zijn accountantspraktijk door middel van het telkens bewerkstelligen van uitstel ervan.

De Accountantskamer is van oordeel dat gezien de uitkomst van eerdere toetsingen er geen reden is om aan te nemen dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing van de praktijk nu wel in orde is. Hierdoor loopt het maatschappelijk verkeer ernstig risico bij het voorzetten van de werkzaamheden van betrokkene. Gezien de zwaarwegende openbare belangen oordeelt de Accountantskamer de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad en acht de maatregel van doorhaling voor één jaar passend en geboden.

Bron

De Accountantskamer 15 augustus 2016, ECLI:NL:TACAKN:2016:85

http://tuchtrecht.overheid.nl/nieuw/accountants/uitspraak/2016/ECLI_NL_TACAKN_2016_85