Accountant handelt (onbewust) in strijd met gedrags- en beroepsregels: waarschuwing passend en geboden

Betrokkene is werkzaam als accountant op de Nederlandse Antillen en heeft in die hoedanigheid de jaarrekeningen 2010, 2011 en 2012 van een onderneming (NV1) op Curaçao samengesteld en voorzien van samenstellingsverklaringen.

Deze onderneming hield zich aanvankelijk bezig met de handel in lingerie en is zich vanaf 2004 gaan toeleggen op dienstverlening op het gebied van het omwisselen van dollars (hierna: swipen). Betrokkene was ervan op de hoogte de onderneming vanaf 2007 daarin actief was. Gaandeweg is de omzet uit deze dienstverlening, die grotendeels via (sub)agenten plaatsvond, de omzet uit hoofde van handel in lingerie gaan overvleugelen.

In 2014 is een strafrechtelijk onderzoek gestart tegen onder meer NV1 en haar moedervennootschap NV2. Naar aanleiding van dit onderzoek wordt betrokkene door het Openbaar Ministerie in de onderhavige klachtprocedure verweten in strijd te hebben gehandeld met de voor hem geldende gedrags- en beroepsregels. Volgens klager heeft betrokkene (a) samenstellingsverklaringen afgegeven zonder voldoende deugdelijke grondslag, (b) bij het samenstellen de relevante bepalingen uit Standaard 240 en 205 onvoldoende nageleefd en (c) verzuimd tijdig melding te doen van ongebruikelijke transacties.

Betrokkene stelt dat de klachten niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, omdat deze niet tijdig zijn ingediend door klager. Volgens de Accountantskamer zijn echter geen zes jaren verstreken sinds de ondertekening van de samenstellingsverklaringen als zijnde het moment van het verweten handelen. Evenmin zijn er drie jaren verstreken sinds klager het verweten handelen heeft kunnen constateren. De klachten zijn daarmede naar het oordeel van de Accountantskamer ontvankelijk.

In het licht van het gemotiveerde verweer van betrokkene heeft klager niet voldoende aannemelijk gemaakt dat betrokkene omtrent de verdichte boekingen, het niet aansluiten van de Exactadministratie en het ontbreken van een kasadministratie, zijn samenstelwerkzaamheden niet heeft verricht in overeenstemming met Standaard 4410. In zoverre is klachtonderdeel a. dan ook ongegrond.

Volgens de Accountantskamer had betrokkene echter de in artikel 13 van Standaard 4410 bedoelde werkzaamheden moeten uitvoeren met betrekking tot de brutowinstmarge en de crediteuren. De onverklaarbaar lage brutowinstmarge gaf daar onder de gegeven omstandigheden aanleiding toe. Nu betrokkene dat achterwege heeft gelaten, heeft hij niet in lijn gehandeld met Standaard 4410 en het beginsel van zorgvuldig- en vakbekwaamheid als bedoeld in de artikelen A-100.4 jo. A.130 VGC geschonden.

Voorts overweegt de Accountantskamer dat betrokkene gemotiveerd heeft toegelicht dat de betreffende autoriteiten swipe-diensten in de betreffende periode stimuleerden. Mede in dat licht heeft klager niet aannemelijk gemaakt dat de betreffende swipe-diensten in de bestreden periode als illegaal bankieren konden worden aangemerkt. Nu betrokkene evenmin op de overige door klager genoemde signalen had behoeven te stuiten, bestond voor betrokkene geen reden voor toepassing van artikel 16A van Standaard 4410. De Accountantskamer acht dit klachtonderdeel eveneens ongegrond.

Naar het oordeel van de Accountantskamer is klachtonderdeel c – voor zover ontvankelijk – ongegrond. De door betrokkene verrichte samenstellingsopdracht is namelijk geen meldingsplichtige dienst in de zin van artikel 1 van de Landsverordening.

Gelet op de aard en de ernst van het verzuim van betrokkene acht de accountantskamer de maatregel van waarschuwing passend en geboden. Daarbij is meegewogen dat betrokkene weliswaar niet overeenkomstig Standaard 4410 en in strijd met het fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid heeft gehandeld, maar dat niet is gebleken dat hij dit bewust niet heeft gedaan. Verder heeft de Accountantskamer er acht op geslagen dat betrokkene niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld.

De accountantskamer 25 januari 2019, 17/2276 Wtra AK, ECLI:NL:TACAKN:2019:8.

https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2019/ECLI_NL_TACAKN_2019_8?DomeinNaam=accountants&Pagina=1&ItemIndex=7