Accountants wekken onterechte suggestie van zekerheid in rapport

Betrokkenen waren registeraccountants en werkzaam bij hetzelfde accountantskantoor. Door het faillissement van een miljoenenonderneming kwam een reeks aansprakelijkheidsprocedures op, waarbij meermaals gebruik werd gemaakt van een rapport dat was opgesteld door betrokkenen. Er zijn meerdere klachten ingediend, waaronder dat betrokkenen in het rapport de suggestie van zekerheid zouden hebben gewekt, waardoor betrokkenen in strijd zouden hebben gehandeld met de voor hen geldende gedrags- en beroepsregels.

De Accountantskamer overweegt dat er sprake was van een zogeheten rapport Standaard 4400-rapport van de Nadere voorschriften controle- en overige standaarden (hierna: NVCOS), een rapport waarin een accountant feitelijke bevindingen vastlegt, zonder zekerheid te verschaffen. Een dergelijk rapport mag volgens de Accountantskamer in beginsel worden ingebracht in een gerechtelijke procedure.

De Accountantskamer heeft herhaalde malen (zie onder meer de uitspraak van 19 maart 2013; ECLI:NL:TACAKNA:2013:YH0359) uitgesproken dat paragraaf 5 van standaard 4400 (waarin onder meer is bepaald dat de accountant alleen maar verslag doet van feitelijke bevindingen en geen zekerheid verschaft) niet van toepassing is in gevallen waarin een rapport wordt uitgebracht met het oog op inbreng in een gerechtelijke procedure (ook als dat gebeurt ter ondersteuning van een partijstandpunt), aangezien de rechter van een accountant, als de ter zake deskundige, nu juist conclusies wil vernemen.

Een en ander houdt in dat een dergelijk rapport bestemd voor een gerechtelijke procedure niet enkel feitelijkheden mag bevatten, maar ook waarborgen moeten bevatten ter voorkoming van het voorzienbare risico dat derden en de rechter de antwoorden van betrokkenen op de aan hen voorgelegde vragen verkeerd zouden kunnen opvatten. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkenen daarin zijn tekortgeschoten.

Onder meer was in geschil of een omvangrijk basisproject als eenmalig moest worden beschouwd. Betrokkenen hebben in de toelichting bij hun bevindingen niet uitgelegd waarom zij het uitgangspunt hebben gekozen dat deze eenmalig was. Nu het eenmalig zijn van dit project een negatief effect zou hebben gehad op de waardebepaling van de koopprijs van de aandelen, had een dergelijke toelichting volgens de Accountantskamer niet achterwege mogen blijven.

Voorts heeft de Accountantskamer vastgesteld dat bij de andere vraagstellingen (naar het opnemen van het onderhanden werk “conform de geldende Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving” en naar de uitleg van de beoordelingsverklaring van 30 november 2009) de tekst van de “geldende” Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving en die van de beoordelingsverklaring van 30 november 2009 niet in het rapport zijn opgenomen, zodat de antwoorden op deze vraagstellingen alleen al daarom onjuist uitgelegd zouden kunnen worden. Dat risico wordt nog groter door het herhaalde gebruik van het woord “blijken”, nu onduidelijk wordt gelaten wat het belang daarvan in dit kader is en welke gevolgtrekking(en) aan dat blijken moet(en) worden verbonden. Ook de antwoorden op de vraagstellingen over de verhouding tussen de (concept)resultatenrekeningen, kunnen worden misverstaan, aangezien betrokkenen bij de beantwoording niet hebben volstaan met het weergeven van de verschillen tussen de resultaten bedoeld in de vraagstellingen, maar in beide antwoorden zinnen hebben toegevoegd over wat verwacht had mogen worden bij extrapolatie van de halfjaarcijfers, terwijl daarom niet was gevraagd en zonder enige toelichting te verschaffen op het waarom van de toevoegingen.

De Accountantskamer verklaart de klacht dat betrokkenen ten onrechte de suggestie van zekerheid zouden hebben gewekt in het rapport gegrond. De overige klachtonderdelen worden ongegrond verklaard. Mede vanwege het feit dat betrokkenen nog niet eerder tuchtrechtelijk zijn veroordeeld, legt de Accountantskamer een maatregel van waarschuwing op aan beide betrokkenen.

De Accountantskamer 2 juni 2017, ECLI:NL:TACAKN:2017:36

https://www.recht.nl/rechtspraak/uitspraak?ecli=ECLI:NL:TACAKN:2017:36