Belastingaangifte voor familielid als bewijsmiddel in alimentatiezaak

Betrokkene is de accountant van zijn broer (hierna: cliënt) en verzorgt jaarlijks de belastingaangifte voor zijn vennootschap en zijn aangifte inkomstenbelasting in privé. Cliënt is in 2010 gescheiden van klaagster. In de daaropvolgende alimentatieprocedures is in 2014 overeenstemming bereikt over alimentatie. In 2015 heeft cliënt een verzoekschrift ingediend om de alimentatie te verlagen en heeft daarbij de door betrokkene opgestelde stukken (IB aangifte en jaarrekening) ingediend als bewijsstukken.

De klacht houdt in dat betrokkene heeft gehandeld in strijd met de voor hem geldende gedrags- en beroepsregels. In de toelichting stelt klaagster dat betrokkene (bewust) onjuiste, onvolledige en misleidende informatie heeft aangeleverd in zijn opgaven en dat deze onjuistheden telkens in het voordeel van zijn broer waren en schade toebrachten aan klaagster.

De Accountantskamer overweegt dat bij het indienen van een belastingaangifte, de accountant altijd moet nagaan of voldaan is aan de vereisten voor het indienen van de aangifte. Dit volgt niet alleen uit artikel 6 van de VGBA (beginsel van integriteit), maar ook uit het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Naar oordeel van de Accountantskamer is betrokkene op dit vlak tekort geschoten.

Betrokkene is onder meer afgegaan op verklaringen van zijn cliënt dat hij aanzienlijke schulden had bij derden, waardoor hij geen vermogen zou hebben in box 3. Betrokkene heeft deze verklaringen echter niet geverifieerd en beschikte ook niet over stukken waaruit het bestaan van dergelijke geldleningen bleek. Ook heeft betrokkene in box 1 niet alleen de alimentatiekosten van cliënt aan klaagster in aftrek gebracht, maar deze vermeerderd met de kosten van het beslag, waarvoor in de wet geen grondslag bestaat. Voorts zijn er ook nog enkele onregelmatigheden in de belastingaangifte van de vennootschap van cliënt.

De Accountantskamer acht de klacht gegrond. Gelet op de aard en de ernst van het verzuim acht de Accountantskamer een berisping passend en geboden. De Accountantskamer neemt mede in overweging dat betrokkene wist dat de door hem opgestelde stukken door cliënt gebruikt zouden worden in de alimentatieprocedure tegen klaagster en dat de hoogte van de alimentatie mede zou worden bepaald op basis van deze stukken.

De Accountantskamer 23 januari 2017, ECLI:NL:TACAKN:2017:13

http://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI_NL_TACAKN_2017_13