Berisping voor niet op orde hebben van kwaliteitsbeheersing accountantskantoor

Betrokkene is accountant en is mede-eigenaar en dagelijkse beleidsbepaler van een accountantskantoor. Klaagster is de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (hierna: ‘Nba’). Betrokkene voldeed volgens klaagster onder meer niet aan de Nadere voorschriften accountantskantoren ter zake van aan assurance verwante opdrachten (hierna: ‘NVAK-aav’).

De grondslag voor de klacht is een toetsing in 2013. Het eindoordeel van deze toetsing hield in dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing van betrokkene in opzet en werking, op belangrijke onderdelen niet voldeed en verbetering behoefde. Betrokkene heeft vervolgens een verbeterplan ingediend. Een tweede versie van dit plan werd tenslotte goedgekeurd door de Raad van Toezicht (hierna: ‘de Raad’). In 2015 werd het accountantskantoor aangewezen voor een hertoetsing. Uit deze hertoetsing bleek andermaal dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing niet aan de eisen voldeed. De Raad heeft klaagster vervolgens geadviseerd om een klacht aan de tuchtrechter voor te leggen.

De Accountantskamer overweegt dat van de dagelijks beleidsbepaler van een accountantspraktijk mag worden verlangd dat deze er steeds voor zorgdraagt dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing voldoet aan de vereisten. Hier was geen sprake van, mede omdat de gebruikte rapportgenerator onjuist was ingericht. Hierdoor waren de samengestelde rapporten onvolledig en onjuist opgesteld. Daarnaast zijn in drie van de vier getoetste samenstellingsdossiers tekortkomingen geconstateerd in de opdrachtaanvaarding en -continuering en in de documentatie en uitvoering van de werkzaamheden.

De Accountantskamer is van oordeel dat, gezien de aard en de omvang van de vastgestelde overtredingen, aannemelijk is geworden dat betrokkene er niet voor heeft zorggedragen dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing van zijn accountantspraktijk voldeed aan de eisen. Hiermee heeft betrokkene tevens het fundamentele beginsel van ‘vakbekwaamheid en zorgvuldigheid’ geschonden. De Accountantskamer verklaart de klacht dan ook gegrond.

Echter, bij de oplegging van een tuchtrechtelijk maatregel houdt de Accountantskamer rekening met de aard en de ernst van het verzuim en de omstandigheden waaronder dit zich heeft voorgedaan. Zo neemt de Accountantskamer in overweging dat betrokkene bewust is gebleken van zijn fouten en dat hij in reactie daarop een samenwerking is aangegaan met een nieuwe kantoorgenoot. Daarnaast heeft hij zich bij het op orde brengen van het stelsel van kwaliteitsbeheersing van zijn kantoor, professioneel laat begeleiden. Ook heeft betrokkene ervoor gekozen om geen assurance-opdrachten meer te aanvaarden. Dit alles overwegende maakt dat de Accountantskamer ervoor kiest om de maatregel van berisping op te leggen, in plaats van een (tijdelijke) doorhaling in het register.

De Accountantskamer 9 juni 2017, ECLI:NL:TACAKN:2017:37

https://www.recht.nl/rechtspraak/uitspraak?ecli=ECLI:NL:TACAKN:2017:37