De AFM heeft niet buiten redelijke twijfel aangetoond dat EY en PwC hun wettelijke zorgplicht hebben overtreden

Volgens de Stichting Autoriteit FinanciĆ«le Markten (AFM) hebben PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. (PwC) en Ernst & Young Accountants LLP (EY) niet voldaan aan hun wettelijke zorgplicht (artikel 14 Wet toezicht accountantsorganisaties), omdat hun externe accountants niet voldoen aan de voor hen geldende gedrags- en beroepsregels. In een aantal dossiers is door de AFM geconstateerd dat de externe accountants in verschillende controledossiers niet over voldoende en geschikte informatie beschikte om een goedkeurende verklaring te verstrekken bij de betreffende jaarrekening. De AFM heeft aan EY en PwC bestuurlijke boetes opgelegd van ā‚¬ 2.230.000 respectievelijk ā‚¬ 845.000. De accountantskantoren hebben hiertegen beroep ingesteld bij Rechtbank Rotterdam.

Volgens de Rechtbank zal ter beantwoording van de vraag of de accountantsorganisatie de op haar rustende wettelijke verplichtingen naleeft, in beginsel onderzoek moeten worden gedaan naar het kwaliteitsbeleid en naar het stelsel van kwaliteitsbeheersing van de accountantsorganisatie. Alleen met een dergelijk onderzoek wordt rechtstreeks inzicht verkregen in de wijze waarop de accountantsorganisatie invulling geeft aan haar wettelijke verplichtingen, in het bijzonder de op haar rustende zorgplicht.

Onderzoek naar de controlewerkzaamheden van de externe accountants is volgens de Rechtbank niet vereist om te kunnen beoordelen of de accountantsorganisatie haar zorgplicht naleeft. Tekortkomingen in de controlewerkzaamheden van de externe accountants kunnen duiden op een gebrekkige naleving van de zorgplicht door de accountantsorganisatie. Dergelijke tekortkomingen zijn als zodanig in beginsel echter niet voldoende voor de conclusie dat de accountantsorganisatie nalatig is ten aanzien van haar zorgplicht.

In bijzondere gevallen zou op grond van tekortkomingen in de controlewerkzaamheden van de externe accountants de conclusie gerechtvaardigd kunnen zijn dat de accountantsorganisatie niet aan haar zorgplicht voldoet. Nu sprake is van afzonderlijke, van elkaar te onderscheiden wettelijke verplichtingen voor enerzijds de accountantsorganisatie en anderzijds haar externe accountants, waarbij bovendien de professionele oordeelsvorming van de externe accountant een rol speelt, dienen de tekortkomingen in de controlewerkzaamheden van de externe accountants in dat geval geen andere conclusie toe te laten dan dat de accountantsorganisatie tekortschiet in de naleving van haar zorgplicht.

Wat dit laatste betreft heeft de AFM volstaan met het standpunt dat, gelet op de aard, ernst en hoeveelheid van de tekortkomingen in de controlewerkzaamheden bij de door de AFM onderzochte controles, niet anders kan worden geconcludeerd dan dat EY en PwC zich onvoldoende inspanningen hebben getroost om ervoor te zorgen dat haar externe accountants bij het verrichten van wettelijke controles voldoen aan de voor hen geldende gedrags- en beroepsregels. Uitgaande van de strenge eisen die moeten worden gesteld aan de bewijsvoering van de overtreding en de motivering van de boeteoplegging, is dit onvoldoende voor het oordeel dat de AFM buiten redelijke twijfel heeft aangetoond dat PwC en EY hun zorgplicht hebben overtreden. De AFM motiveert immers niet waarom de aard, ernst en hoeveelheid van de tekortkomingen in de controlewerkzaamheden van de externe accountants geen andere conclusie toelaten dan dat EY en PwC hun zorgplicht niet zijn nagekomen.

De Rechtbank heeft het beroep van EY en PwC gegrond verklaard en de boetebesluiten herroepen.

Rechtbank Rotterdam 20 december 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:9977 en ECLI:NL:RBROT:2017:9978

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBROT:2017:9977

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:9978