Doorhaling uitgeschreven accountant voor fraude

Betrokkene was tot 11 november 2015, 25 jaar lang als accountant ingeschreven. Betrokkene is op enig moment een nieuw bedrijf begonnen dat handelde in kunststof kozijnen. Geconstateerde verschillen tussen de aangegeven omzet op een aangifte vennootschapsbelasting en een aangifte omzetbelasting van één van de vennootschappen van betrokkene hebben geleid tot een strafrechtelijk onderzoek. Op 20 februari 2017 is betrokkene veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf voor het opzettelijk doen van geen/onjuiste aangiftes en het opstellen van een valse kilometeradministratie.

Thans wordt geklaagd dat betrokkene een onaanvaardbare inbreuk op de fundamentele beginselen uit de Verordening gedragscode RA’s (hierna: VGC) en de Verordening Gedrags- en beroepsregels accountants (hierna: VGBA) heeft gemaakt. Hiermee zou klager gehandeld hebben in strijd met het belang van een goede uitoefening van het accountantsberoep.

De Accountantskamer overweegt dat art. 42 van de Wet op het accountantsberoep (hierna: Wab) betekent dat een accountant onderworpen is aan tuchtrechtspraak ten aanzien van zijn beroepsuitoefening of beroepsmatig handelen. De strafrechtelijke verwijten aan verdachte hebben betrekking op fiscale en administratieve werkzaamheden die gebruikelijk zijn in de accountantspraktijk. De Accountantskamer oordeelt dat er daarom sprake is van beroepsmatig handelen van betrokkene, waardoor alle fundamentele beginselen van de VGBA van toepassing zijn.

Verder merkt de Accountantskamer op dat, hoewel betrokkene inmiddels is uitgeschreven als accountant, hij nog wel tuchtrechtelijk ter verantwoording kan worden geroepen voor handelen of nalaten dat zich voordeed toen hij nog ingeschreven stond.

De Accountantskamer acht de handelingen van betrokkene in strijd met de beginselen integriteit en professionaliteit uit de VGC en VGBA. Door jarenlang bewust geen/onjuiste aangifte te doen en door het vervalsen van de kilometeradministratie, heeft betrokkene het accountantsberoep in ernstige mate in diskrediet gebracht, aldus de Accountantskamer.

De Accountantskamer verklaart de klacht gegrond. De Accountantskamer houdt, gelet op de ernst van de verwijten, geen rekening met het feit dat betrokkene niet eerder voor een tuchtrechtelijk feit is veroordeeld. Gelet op de flagrante schending van de genoemde fundamentele beginselen, acht de Accountantskamer een doorhaling van de inschrijving in het register van 10 jaar gepast en geboden.

De Accountantskamer 29 mei 2017, ECLI:NL:TACAKN:2017:35

https://www.recht.nl/rechtspraak/uitspraak?ecli=ECLI:NL:TACAKN:2017:35