Een waarschuwing voor twee accountants die de toegang tot de tuchtrechter hebben belemmerd

Twee registeraccountants wordt onder andere verweten dat zij de toegang tot de tuchtrechter hebben belemmerd, omdat zij voor aanvaarding van een controleopdracht de voorwaarde hebben gesteld dat zij door de opdrachtgeefsters zullen worden gevrijwaard van alle kosten van een tuchtrechtelijke procedure. De betreffende vrijwaringsclausule luidt als volgt:

“(…) You both,   [NV1] and [X] Beheer B.V., jointly award this engagement tot [accountantskantoor1] N.V., which means that you both, jointly and severally shall indemnify [accountantskantoor1] N.V. against any and all claims of third parties and/or any and all costs related tot civil or disciplinary action arising from or connected tot he performance of our engament.(…)”

Bij de beantwoording van de vraag of de betrokkenen hiermee tuchtrechtelijk laakbaar hebben gehandeld, stelt de Accountantskamer voorop dat een accountant zich in het belang van een goede uitoefening van het accountantsberoep altijd toetsbaar moet opstellen. Een accountant dient zich dan ook te onthouden van het uitoefenen van druk om geen tuchtklacht tegen hem in te dienen.

Aangenomen moet worden dat een vrijwaring voor alle kosten van een tuchtrechtelijke procedure in het algemeen als een drempel voor het indienen van een tuchtklacht wordt ervaren. In dit geval ziet de vrijwaringsclausule niet alleen op klachten ingediend door derden, maar heeft zij ook betrekking op klachten van de opdrachtgeefsters zelf. Dit betekent dat als de opdrachtgeefsters een tuchtklacht zouden willen indienen, zij verplicht zouden kunnen zijn om de (niet onaanzienlijke) advocaatkosten van betrokkenen te betalen, waarbij de hoogte van de advocaatkosten bovendien buiten hun invloedssfeer ligt. Dit vormt een niet toegestane drempel voor het indienen van een tuchtklacht door de opdrachtgeefsters. Dat zou onder omstandigheden anders kunnen zijn bij klachten van derden. Dat in dit geval sprake was van een “conflict-gebonden opdracht”, waardoor het risico op een klacht van één van de opdrachtgeefsters mogelijk groter was, maakt dat niet anders. Ook in een dergelijke situatie kan van een accountant worden verlangd dat hij verantwoording aflegt voor zijn handelen en mag hij geen drempels opwerpen.

Hoewel klaagster vanwege de voorwaarden de controleopdracht niet heeft verstrekt, waardoor zij niet is gebonden aan de vrijwaringsclausule, neemt dat niet weg dat betrokkenen deze vrijwaringsclausule wel als (noodzakelijke) voorwaarde aan klaagster hebben voorgehouden. Naar het oordeel van de Accountantskamer hadden zij zich daarvan dienen te onthouden, omdat dit voorstel – indien aanvaard – zou hebben kunnen leiden  tot  (ontoelaatbare) druk op klaagster om van een klacht af te zien. Door zo te willen contracteren hebben betrokkenen gehandeld in strijd met het belang van een goede uitoefening van het accountantsberoep (artikel 42 lid 1 sub b Wab). Het klachtonderdeel is hierom gegrond.

De overige 9 klachtonderdelen zijn niet-ontvankelijk, dan wel ongegrond. De Accountantskamer acht in deze klachtzaak de maatregel van waarschuwing passend en geboden. Daarbij heeft de Accountantskamer van gewicht geacht dat betrokkenen toetsing door de tuchtrechter van hun handelen hebben willen bemoeilijken. Anderzijds is meegewogen dat betrokkenen niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd.

https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2020/ECLI_NL_TACAKN_2020_14?DomeinNaam=accountants&Pagina=2&ItemIndex=12