Hoogleraar accountancy niet vooringenomen bij persoonsgericht onderzoek naar oud burgemeester

Volgens klagers (twee politieke partijen die deel uitmaken van een gemeenteraad) zou bij betrokkene, een hoogleraar accountancy, sprake zijn geweest van vooringenomenheid bij een persoonsgericht onderzoek naar het declaratiegedrag van een oud burgemeester. Van de 14 klachten is slechts één gegrond verklaard, maar dat is in verband met omstandigheden onvoldoende voor het opleggen van een maatregel.

De Accountantskamer stelt dat indien een accountant op basis van een persoonsgericht onderzoek een oordeel geeft over het door hem onderzochte handelen, hij dat oordeel hoort te verantwoorden door in het rapport helder uiteen te zetten welk normatief kader is gehanteerd bij zijn beoordeling. In zijn onderzoek heeft betrokkene dat nagelaten waardoor de klacht op dit punt gegrond is verklaard. In het rapport ontbreekt immers een definitie van het begrip ‘rechtmatigheid’ terwijl dit begrip centraal staat in de eerste onderzoeksvraag van het rapport.

Uit het rapport kan wél worden afgeleid dat betrokkene is nagegaan of de vergoedingen die de burgemeester heeft ontvangen, zijn toegekend in overeenstemming met de door hem toepasselijk geachte (wettelijke) regels. Maar wat die regels precies behelzen, de toepasselijkheid en de relevantie daarvan, is evenmin duidelijk vermeld. Voor een goed begrip van het rapport door gebruikers die geen jurist of accountants zijn, was dat wel geboden. Ook omdat het rapport openbaar zou worden gemaakt en beschikbaar zou worden gesteld aan de gemeenteraad. Het maakt volgens de Accountantskamer geen verschil of de accountant bij het verrichten van het onderzoek vooral of uitsluitend zijn vakbekwaamheid als accountant heeft aangewend.

Het is evenwel niet aannemelijk dat betrokkene vooringenomen heeft gehandeld. De Accountantskamer legt geen maatregel op, omdat er aan betrokkene nooit eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd en omdat er geen nadeel is ondervonden door het verzuim.

Accountantskamer, 20 juni 2016, ECLI:NL:TACAKN:2016:49

http://tuchtrecht.overheid.nl/nieuw/accountants/uitspraak/2016/ECLI_NL_TACAKN_2016_49