Implementatiewet wijziging 4e witwasrichtlijn ingediend

Op 25 mei 2018 werd de 4e witwasrichtlijn van kracht in de Nederlandse wetgeving door aanpassingen in de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft). Nu komt er al weer een verdere aanscherping aan met een wetsvoorstel dat op 1 juli 2019 door de regering bij de Tweede Kamer is ingediend en dat al op 10 januari 2020 in werking moet treden.

Na een consultatieronde, waar 49 reacties op zijn gekomen, is het wetsvoorstel op enkele punten aangepast. Enkele aanpassingen zijn de volgende.

Een eerste aanpassing is het registratiestelsel voor aanbieders van wisseldiensten en bewaarportemonnees voor virtuele valuta. Deze dienstaanbieders worden met het wetsvoorstel onderworpen aan de regels van de Wwft, waaronder cliëntcontrole en transactiemonitoring. In het oorspronkelijke concept wetsvoorstel was voor deze dienst-aanbieders een vergunningstelsel opgenomen, terwijl de EU richtlijn ‘slechts’ registratie vereiste. In de consultatie waren hierover veel vragen gesteld. Na advies van de Raad van State heeft de regering nu toch gekozen voor een registratieplicht. Registratie dient plaats te vinden bij De Nederlandsche Bank. DNB kan een verzoek tot registratie weigeren indien zij twijfelt aan de geschiktheid of betrouwbaarheid van beleidsbepalers of toezichthouders van de dienst-aanbieder.

Andere aanpassingen zien op de uitbreiding van de poortwachters.

Zo krijgt de kunsthandel meer dan nu te maken met Wwft-verplichtingen. Op dit moment gelden die verplichtingen voor bemiddeling in kunst, en voor handel in kunst waar een bedrag van ten minste €10.000 in contanten mee gemoeid is. In het wetsvoorstel komen alle transacties door kunsthandelen vanaf €10.000 onder de Wwft te vallen, of er nu in contanten is betaald of niet. Daarentegen blijft de opslag van kunst in Nederland vrijgesteld van Wwft-verplichtingen. Deze was in het vorige concept nog wel als Wwft-plichtige dienst opgenomen.

Ook makelaars, en overige bemiddelaars, bij verhuur van onroerend goed worden onderworpen aan de Wwft voor huren vanaf €10.000 per maand. Nu zijn verhuurmakelaars- en bemiddelaars, anders dan bijvoorbeeld aan- en verkoopmakelaars, nog vrijgesteld van Wwft-verplichtingen.

Ten aanzien van het verscherpt cliëntenonderzoek in geval van zogenoemde ‘derde hoogrisicolanden’ worden de regels verder aangescherpt. Waar in de huidige wet aanvullende informatie-verzamelingseisen ‘kunnen’ worden gesteld, worden deze in het concept wetsvoorstel verplicht voorgeschreven. Verplicht wordt ook dat het hoger leidinggevend personeel toestemming geeft voor het uitvoeren van de betreffende dienstverlening. Tot slot kunnen bij ministeriële regeling verboden of aanvullende eisen worden ingevoerd voor vestigingen of correspondentrelaties van Nederlandse instellingen in derde hoogrisicolanden, of voor vestigingen van instellingen uit dergelijke landen in Nederland.

Het wetsvoorstel regelt verder dat er meer en vaker informatie-uitwisseling mogelijk is tussen Wwft-toezichthouders, en met FIOD en de politie. Op advies van de Autoriteit Persoonsgegevens zijn op dit punt enkele verduidelijkingen doorgevoerd ten opzichte van het wetsvoorstel zoals dat in consultatie was gegeven.

Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 juli 2019