Klachten tegen registeraccountant wegens het opnemen van onjuiste gegevens in een proces-verbaal m.b.t. een strafrechtelijk onderzoek ongegrond

Betrokkene is werkzaam als financieel expert en buitengewoon opsporingsambtenaar bij [A]. In die hoedanigheid is betrokkene gevraagd mee te werken aan het strafrechtelijk onderzoek naar mogelijke faillissementsfraude, gericht tegen onder meer klager. Projectleider van dit onderzoek was [B]. Verder was daar een financieel rechercheur [C] bij betrokken. Beiden zijn hulpofficier van justitie. Op basis van onderzoek in het dossier en de beschikbare stukken heeft betrokkene een concept proces-verbaal van verdenking opgesteld. Volgens klager heeft betrokkene in het concept proces-verbaal onjuiste feiten opgenomen. Dit heeft klager dan ook als klacht voorgelegd aan de Accountantskamer.

Bij de beoordeling van de klacht neemt de Accountantskamer de bijzondere positie van betrokkene en de specifieke omstandigheden waarin zij haar werkzaamheden verricht, mede in aanmerking. Vanwege de aard van de gewraakte opsporingswerkzaamheden moet betrokkene een grote mate van vrijheid hebben om een redelijk vermoeden van een strafbaar handelen van een verdachte te formuleren en te onderbouwen. De Accountantskamer is van oordeel dat behoudens bijzondere omstandigheden, het door de accountant/opsporingsambtenaar in zijn beroepsmatige gedragingen al dan niet in rechte innemen van een strafrechtelijk standpunt in het kader van de door hem in acht te fundamentele beginselen van integriteit, objectiviteit en professionaliteit niet tot een gegrond tuchtrechtelijk verwijt kan leiden. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is onder meer sprake, indien geoordeeld zou moeten worden dat een door de accountant/opsporingsambtenaar ingenomen standpunt bewust onjuist of misleidend. De betrokkene moet dus te kwader trouw zijn.

In casu kon echter een redelijk vermoeden van een (mogelijk) bedrieglijke bankbreuk worden ontleend aan de informatie die ten tijde van het opmaken van het proces verbaal voorhanden was. De Accountantskamer is dan ook van oordeel dat betrokkene ook in dat kader niet in sterke mate verweten kan worden een onjuist of misleidend standpunt te hebben ingenomen.

Accountantskamer 20 december 2017, ECLI:NL:TACAKN:2017

http://tuchtrecht.overheid.nl/nieuw/accountants/uitspraak/2017/ECLI_NL_TACAKN_2017_79