Minister beantwoordt Kamervragen waarom de gegevens van een MOT-melder worden opgenomen in het strafdossier

Op 29 november 2019 heeft Minister Grapperhaus Kamervragen beantwoord over het opnemen van gegevens van een Melding Ongebruikelijke Transactie (MOT)-melder in het strafdossier. Aanleiding waren de antwoorden op eerdere vragen over het melden van verdachte of ongebruikelijke transacties door notarissen en de angst voor bedreigingen als gevolg daarvan.

Van Nispen (SP) heeft onder meer de vraag gesteld of het nog steeds gebruikelijk is dat de naam van een MOT-melder opgenomen wordt in het strafdossier en of dit wenselijk is.

In reactie daarop laat minister Grapperhaus weten dat het voor de bruikbaarheid en daarmee de effectiviteit van meldingen van ongebruikelijke transacties van belang is dat deze voor strafrechtelijke doeleinden kunnen worden gebruikt. Daarvoor zijn de gegevens van de MOT-melder nodig.

Een ongebruikelijke transactie dient namelijk door instellingen te worden gemeld bij de Financial Intelligence Unit (FIU). Na analyse kan een melding van een ongebruikelijke transactie verdacht worden verklaard door de FIU. Voor deze analyse dient de FIU de informatie in de melding van de ongebruikelijke transactie te kunnen verifiëren. Daarnaast moet de FIU nadere informatie kunnen opvragen bij instellingen.

Verdacht verklaarde transacties worden vervolgens door de FIU aan diverse (bijzondere) opsporingsdiensten en inlichtingen- en veiligheidsdiensten ter beschikking gesteld. In de informatie die de FIU over de verdachte transactie ter beschikking stelt, wordt de bedrijfs- of kantoornaam van de meldende instelling opgenomen. De reden daarvoor is dat het Openbaar Ministerie alleen opvolging kan geven aan een verdacht verklaarde transactie wanneer deze ook geverifieerd kan worden. Bovendien moet het Openbaar Ministerie de mogelijkheid hebben om aanvullende en verduidelijkende gegevens op te kunnen vragen bij de instellingen, hetgeen belastend of ontlastend bewijs kan opleveren. Verder kunnen er – zeker in complexere zaken – bewijsproblemen ontstaan als de meldende instellingen, die gebruikt zouden zijn om bijvoorbeeld wit te wassen, niet bekend zijn bij het Openbaar Ministerie. Als vervolgens mede op basis van een verdacht verklaarde transactie een opsporingsonderzoek wordt opgestart, wordt die informatie van FIU in beginsel integraal opgenomen in het strafdossier. Dit gebeurt omdat zowel de verdediging als de zittende magistratuur inhoudelijk moeten kunnen toetsen op basis van welke specifieke informatie een opsporingsonderzoek is gestart.

Uitzondering is mogelijk

Een uitzondering ter bescherming van een meldende instelling is mogelijk, wanneer een dreigende situatie ontstaat naar aanleiding van een melding van een ongebruikelijke transactie of het afleggen van een verklaring daarover. In dergelijke gevallen kan een instelling worden verhoord volgens de procedure voor het verhoor van anonieme getuigen. Tevens kunnen in dat geval maatregelen worden genomen in het kader van getuigenbescherming. Verwijzingen naar namen van medewerkers bij meldende instellingen zullen zoveel mogelijk achterwege blijven.

Bedreigingen kunnen worden gemeld bij de Landelijk Officier van Justitie Witwasbestrijding. Bij het Openbaar Ministerie zijn tot op heden – op één aangekondigde melding na, die uiteindelijk niet daadwerkelijk is ingediend – geen meldingen van notarissen binnengekomen met betrekking tot bedreigingen die zij hebben ervaren en die gerelateerd zijn aan hun meldingen van ongebruikelijke transacties.

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/11/29/antwoorden-kamervragen-inzake-het-opnemen-van-gegevens-van-een-mot-melder-in-het-strafdossier