Onvoldoende ingaan op kritiek deskundigenrapport leidt tot waarschuwing

Betrokkene was registeraccountant en werkzaam bij een consultancybureau. In het kader van een schadevergoedingsgeschil heeft betrokkene, op verzoek van de minister van Economische Zaken, een deskundigenrapport uitgebracht. Dit rapport strekt ter ondersteuning van het standpunt van het ministerie in het geschil. De wederpartij in het geschil heeft een klacht ingediend tegen betrokkene. Betrokkene is tegen de uitspraak van de Accountantskamer waarbij een berisping werd opgelegd in hoger beroep gegaan bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (hierna: College). In het hoger beroep staat de vraag centraal of betrokkene voldoende is ingegaan op de kanttekeningen van de wederpartij bij het opstellen van zijn rapport.

Het College overweegt dat betrokkene wist dat zijn deskundigenrapport door de minister gebruikt zou kunnen worden ten behoeve van de besluitvorming in de bezwaarschriftprocedure van de wederpartij in het geschil, alsmede ter onderbouwing van het standpunt van de minister in een eventuele gerechtelijke procedure. Het College is van oordeel dat het fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid (artikel A-100.4 aanhef en onder c Verordening gedragscode) inhoudt dat een onder dergelijke omstandigheden uitgebracht rapport geen onjuiste informatie mag bevatten. Verder dienen de conclusies een deugdelijke grondslag te hebben en moet het rapport duidelijke voorbehouden bevatten voor zover de conclusies niet zonder meer volgen uit de beschikbare gegevens.

Het College is van oordeel dat betrokkene onvoldoende heeft voldaan aan de eisen van deskundigheid en zorgvuldigheid. Betrokkene is niet of slechts in algemene zin ingegaan op de kanttekeningen van de wederpartij, terwijl het veelal zeer gedetailleerde cijfermatig onderbouwde kritiek betrof. Op een aantal verschillen in uitgangspunten en berekeningswijze is betrokkene geheel niet ingegaan. Het College stelt dat betrokkene meer aandacht had moeten besteden aan de door de wederpartij naar voren gebrachte kritiekpunten. Indien betrokkene van oordeel was geweest dat het een kritiekpunt van ondergeschikt belang betrof, had hij op zijn minst daar melding van moeten maken.

Anders dan de Accountantskamer acht het College de kritiekpunten in kwestie van onderschikt belang en niet doorslaggevend.

Het College verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de opgelegde maatregel en doet de zaak zelf af door betrokkene een waarschuwing op te leggen.

College van Beroep voor het bedrijfsleven, ECLI:NL:CBB:2017:36

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2017:36